Drankzuchtig in Zeeland

Historische datum 26 mei 1707 | Notaris Martin Lindouw

Engelbert Sweerts, rondreizend handelaar, liet in zijn 'continuele dronkenschap' een spoor van vernieling achter in Zeeland en Amsterdam. Zes vrouwen verklaren over de dreigende ondergang van zijn huishouden.

Op 26 mei 1707 verschijnen er zes vrouwen tegenover notaris Martin Lindouw om op verzoek van Aaltje Tekelenburg te getuigen over de escapades van Aaltje's echtgenoot, Engelbert Sweerts. Sweerts, een kleermaker die regelmatig rondreist met een kraam in Zeeland, verkeerde in een staat van 'continuele dronkenschap'. Zijn alcoholisme had de afgelopen jaren een spoor van vernieling, schulden en gêne getrokken door Zeeland en Amsterdam. Hierdoor werd hij door zijn vrouw en de overige comparantes niet langer in staat geacht om zijn handel en huishouden te bestieren.

Dat Sweerts door zijn drankgebruik een incompetente handelaar was, blijkt uit de verhalen van Stijntje Mool en Emerentia Bollaarts, die hem als mede-handelaarsters regelmatig tegenkomen met zijn kraam in Zeeland. Zowel in Veere als in Vlissingen treffen ze hem aan in de lokale herberg, waar hij al enige dagen vertoefde zonder ook maar om te kijken naar zijn kraam met goederen. In Herberg de Watervliet te Vlissingen had hij bovendien voor achttien gulden en vier stuivers aan kannen en glas kapot gegooid.

Regelmatig had Sweerts zo veel gedronken dat omstanders vreesden dat hij zich ernstig voor schut zou zetten. Hun verwachtingen werden vaak waargemaakt. In Bergen op Zoom wist de herbergier het ergste te behoeden: nadat hij merkte dat Sweerts op zijn kamer 'alles in zijn hemd liet lopen', besloot hij de kamerdeur van Sweerts toe te spijkeren zodat deze niet 'als een dolmens (…) met zijn naakte lichaam langs de straat zoude lopen'. In Hulst had Sweerts geen waakzame herbergier die hem in de gaten hield. Daar werd hij, stomdronken, midden in de stad opgepikt door een groepje soldaten die hem naar het lokale barak brachten, waarna ze hem beroofden van alles wat hij bij zich had.

Sweerts was onder invloed een groot liefhebber van de lokale vrouwen, maar hij had weinig succes of subtiliteit in zijn versierpogingen. Stijntje en Emerentia vertellen bijvoorbeeld dat, toen Sweerts met zijn wagen een andere kar met een koppel erin passeerde, hij de 'vrouwspersoon' probeerde te kussen, wat hem een vuistslag opleverde van haar man. Ook was hij een vaste klant bij de Zeeuwse hoeren. In Abeele werd hij zelfs hoogstpersoonlijk door een van de bestuurders van Middelburg 'gelicht uit een befaamd hoerhuis genaamd de Bijkorff' (de bestuurder in kwestie zat Sweerts tussen al het bovenstaande door continu achterna vanwege achterstallige betalingen). Terug in Amsterdam ondernam Sweerts, nadat hij naar zijn mening niet voldoende wijn had gekregen van herbergierster Neeltje Beem, een poging om de dienstmeid Lijsbeth Jans te versieren opdat ze hem meer zou schenken. Hij nodigde uit in ruil daarvoor met haar 'vleeselijk te converseren' en haar stoffen en kleren uit zijn handel te geven. Hij bood de herberg zelfs aan zijn kleding ter plekke te verkopen bij de lommerd om meer drank te verkrijgen. Toen Lijsbeth dat uiterst verlokkelijke aanbod weigerde, schold hij haar uit voor beest en stormde al drinkend het pand uit.

Helaas voor zijn vrouw Aaltje wist hij ook zich binnenshuis niet in te houden. Emerentia Bollaarts en Jannetje Schraag verklaren dat zij na 'zodanig gewolt en getier' van Sweerts de ratelwachter in huis hadden geroepen, omdat ze vreesden voor het welzijn van hun vriendin. Helaas konden de vrouwen Aaltje niet altijd beschermen: een andere nacht, zo vertellen zij, had Sweerts zijn vrouw in beschonken toestand meerdere keren met zijn vuist tegen haar hoofd geslagen, zonder dat zij daar aanleiding tot had gegeven.

'... Waardoor niets anders als de ruïne, bederff en ondergang van sijn huijshouden staat te volgen.'

Het is de ongelukkige huisvrouw Aaltje, die op dat moment zwanger was van hun vierde kind, nooit gelukt om van Sweerts te scheiden (een scheiding waar deze akte wellicht voor bedoeld zou zijn). Ergens tussen 1707 en 1714 overleed Sweerts. De weduwe Aaltje zou uiteindelijk hertrouwen met Gerrit van Rietbroeck, met wie zij al enkele jaren eerder een buitenechtelijk kind had gekregen. Er valt alleen maar te hopen dat Gerrit er wel een gezonde relatie met alcohol op nahield.

Tags

18e eeuwAttestatieDronkenschap
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen